Anke van Kampen

anke2015Interview Anke van Kampen

In onze zoektocht naar rolmodellen in de vorm van vrouwelijke bestuurders, voor een grotere diversiteit bij Raden van Toezicht, zijn wij op zoek gegaan in ons eigen netwerk. Een van de mensen die door ons als rolmodel wordt gezien, is Anke van Kampen.

Anke is op het moment dat wij haar interviewen o.a. bestuurslid van ETV.nl, de Internationale School voor Wijsbegeerte, Stichting ‘Het begint met taal’, lid van de RvT van Stichting Cultuurschakel Den Haag, lid van de RvT van Stichting Dans en Muziekcentrum Den Haag.

Wij vragen Anke wat haar motto is bij haar toezichtfuncties.

“Het komt zoals het komt. Terugkijkend op mijn carrière heb ik een chaotische loopbaan gehad. Dingen kwamen langs of op mijn pad. En als ik dan gevraagd werd, dan kon en wilde ik er niet zo maar voor bedanken. Zeker niet als het de mogelijkheid bood om mijn ideeën en opvattingen in de praktijk te brengen. Ook als ik dacht dat het moeilijk was, probeerde ik het toch. En soms lukten dingen beter dan ik in eerste instantie dacht. Ik heb niet gestuurd op posities die ik wilde bereiken. Ook in mijn eigen bedrijf heb ik nooit veel aan acquisitie gedaan. Ik ben vooral veel gevraagd. Ik heb opdrachten aangenomen als ik dacht iets te kunnen betekenen en soms ook geweigerd omdat het niet goed voelde.”

Wat kenmerkt jouw aanpak?

“Voor mij is dat de combinatie van goed kunnen luisteren en horen wat mensen beweegt. Daarna maak ik een analyse en kies dan ook wel een duidelijke eigen koers. Bij mediation (Anke heeft een eigen coaching- en mediationpraktijk gehad) is dat soms wel moeilijk. Ik zit er wel eens wat sturend in omdat mensen soms tussen de wielen raken van een organisatie. Ik let op machtsverschillen. Voor mij was en is sociale rechtvaardigheid daarbij wel leidend.”

Kun je iets vertellen over je achtergrond?

“Ik zat in de jaren ’70 in het bestuur van het Vrouwensteunpunt, voortgekomen uit de tweede feministische golf. Vrouwen waren in veel dingen nog achtergesteld. Met die 2e golf werd aandacht gevraagd voor typische vrouwenproblemen op persoonlijk terrein en werkgebied.
Toen ik daarvoor werd gevraagd, trok de inhoud me en mijn verantwoordelijkheidsgevoel. Als je iets wilt veranderen, vind ik dat je dan ook je bijdrage moet leveren.

Ik was geen actievoerder, stond niet op de barricades. Heus, ik liep ook wel eens achter een spandoek, maar er moesten ook beleidsplannen gemaakt worden en subsidie aangevraagd worden en dat paste meer bij mij. In onze visie was een aparte vakopleiding voor vrouwen belangrijk. De Lena de Graaff-school, een vrouwenvakschool, is in die tijd opgericht. Daar was aandacht voor het combineren van studie en gezin (part-time studeren). Ook daar was ik bestuurslid.”

Je bent ook politiek actief binnen de PvdA. Ben je via die weg bestuurlijk actief geworden?

“Ik deed al veel bestuurlijke dingen voordat ik politiek actief werd. De PvdA was toen vooral nog een mannenbolwerk. Ik was lid van de Rooie Vrouwen. Vrouwen hadden vaak geen zin in bestuursfuncties. En ik moet toegeven; er heerste ook wel een vrouwonvriendelijke sfeer. Daar moest je eerst een beetje doorheen.
In de politiek kom je met veel zaken in aanraking. Je leert veel, zoals onderhandelen, je opvatting goed onder woorden brengen, beleid uitzetten en verdedigen. Ik was als wethouder vooral gepassioneerd voor het onderwijs, maar ook sociale zaken en werkgelegenheid vond ik belangrijk, juist omdat het zoveel betekent in het leven van mensen.”

Wat vond je in je bestuurlijke rol lastig?

“Medebestuursleden waarvan ik vond dat ze niet capabel waren of te weinig bijdroegen. Ik ben ook wel eens ergens uit gestapt omdat ik het gevoel had dat het niets ging worden. Mijn ervaring is dat het dan toch vaak niet in de inhoud maar in de cultuur of onderlinge verhoudingen zit.
Het leukste vind ik nog steeds het behalen van resultaten. Bijvoorbeeld als 2 of meer organisaties samen moeten gaan en het lukt om een nieuwe organisatie goed neer te zetten. De werving en selectie van een directeur speelt daarbij een cruciale rol. Dat is een belangrijk instrument voor besturen en Raden van Toezicht.

Iedere keer als ik begin aan een nieuwe bestuursfunctie, kom ik weer nieuwe vraagstukken tegen. Soms is dat een organisatie waar men zo met de inhoud bezig is, dat voor governance vraagstukken minder belangstelling is. Ook lastig zijn organisaties met een maatschappelijke doelstelling die geen structurele inkomsten hebben en steeds met projecten en kortdurende subsidies het hoofd boven water moeten houden. In kleine organisaties moet je vaak zelf de handen uit de mouwen steken, terwijl je in grote professionele organisaties meer afstand kunt houden.”

Voordat je aan een functie begint, wat wil je dan van te voren weten?

“Voor mij is belangrijk dat ik weet wie er in het bestuur zit. Ook wil ik weten hoe de organisatie er voorstaat en welke problemen actueel zijn. En ik wil van de inhoud zijn. De organisatie moet ertoe doen. Mijn hart ligt meer bij onderwijs en maatschappelijke organisaties. Ik wil weten of er bij mijn mede-bestuursleden en de organisatie de bereidheid aanwezig is om invloed te hebben. Als het alleen gaat om zo af en toe te vergaderen, dan ben ik niet het juiste bestuurslid.
Zeker als je voor de rol van voorzitter wordt gevraagd, verwacht men soms dat je ook alles doet. Je bent dan opeens ook overal verantwoordelijk voor. Voor mij werkt dat niet zo; iedereen moet de kar willen trekken.”

Wat is volgens jou het verschil tussen besturen 15 jaar geleden en nu?

“Er is veel gewijzigd; er is meer aandacht voor governance principes (behoorlijk bestuur), open werving en aftreden. Mijn ervaring is wel dat je mensen soms moet helpen herinneren aan die zaken.”

Hoe denk jij over een ‘rooster van aftreden’?

“Ik ben op enig moment toegetreden tot een organisatie die was ontstaan vanuit een bank.  Een aantal bankcommissarissen waren daar destijds bestuurslid geworden. Die bleven veelal lang zitten. Toen er iemand van buiten de bankwereld geworven werd, was ik de gelukkige. Toen ik vroeg hoe het zat met het rooster van aftreden, bleek dat er geen termijnen in de statuten stonden, wel was er een herenakkoord dat men aftrad op 75-jarige leeftijd. Dat vond ik vreemd, het stond nergens in de statuten. Na een paar jaar zijn de statuten veranderd.

Ook heb ik het meegemaakt dat een voorzitter aan het einde van een bepaald jaar af ging treden. Hij meldde in de vergadering dat hij al een vervanger had gevonden. En daar was ik het echt niet mee eens. Hij reageerde dat het toch fijn was dat hij al iemand had gevonden die het wilde gaan doen?
Ik sta voor het principe dat werving van bestuursleden of leden van een Raad van Toezicht in het openbaar moet gebeuren. Mijn ervaring door de jaren heen is dat bijvoorbeeld een advertentie voor een bestuursfunctie echt voldoende reacties oplevert.
In een van de andere besturen waarin ik actief ben, gebeurt dat goed. Daar is ieder jaar een besloten vergadering over het evalueren van het functioneren van de RvT. Ik voel me daar thuis bij. We moeten af van de ‘oude jongens krentenbrood’-sfeer.”

Gesproken over die ‘ons-kent-ons-cultuur’, wat is jouw visie hierop?

“Diversiteit in een RvT vind ik erg belangrijk. Mensen hebben de neiging om naar een evenbeeld van zichzelf op zoek te gaan. Diversiteit gaat niet alleen over de verhouding man-vrouw maar ook over leeftijd en achtergrond.”

Is het van belang dat iemand ervaring heeft met besturen voordat hij of zij solliciteert op een functie?

“Voor mij is deskundigheid vooral belangrijk. Maak een profiel van wat je binnen je bestuur aan deskundigheid tekort komt. Ga niet op zoek naar iets dat je met elkaar al kunt. Het is goed om de organisatie daarbij te betrekken. De directeur/bestuurder of medewerkers kunnen je vaak heel goed aangeven welke discipline er wordt gemist.”

Wat raad jij mensen aan die nog geen ervaring hebben als bestuurslid of lid van een RvT?

“Begin gewoon, leer van je ervaring en volg cursussen. Veelal zijn organisaties lid van een vereniging van toezichthouders, waar cursussen op het gebied van besturen en/of governance worden aangeboden. Verdiep je vooral ook in die dingen waar je van nature misschien niet zo dol op bent. Zoiets als de jaarrekening lezen bijvoorbeeld. Dat is wel heel belangrijk. Laat je daar in scholen. Je hoeft niet overal verstand van te hebben, maar globaal inzicht hebben in het geheel is wel van belang. Bereid je ook goed voor en praat met mensen binnen de organisatie of juist anderen van buiten de organisatie die bepaalde ervaring hebben.

En, doe ervaring op in verschillende organisaties. Groot en klein, ideëel of bijvoorbeeld van een scholengemeenschap. Doe ook niet te veel. Ik ben nu bij 5 organisaties actief en dat vind ik wel genoeg. Als je nog ander werk hebt moet je je beperken. Want als er een crisis is, of er is een situatie waar het bestuur of de Raad van Toezicht zich mee moet bemoeien, moet je wel tijd kunnen vrijmaken.

En pas op dat je niet overal hetzelfde liedje gaat zingen!”

Written By Tessa Augustijn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.